De Meest Waardeloze Website van

Sportblad Knudde

Sportblad Knudde 

GEIN Kanaal MIN

Er loopt een troepje dwergen door het bos. Ze zijn heel blij. Ze huppelen en dansen en zingen: 'We hebben tóverkracht, we hebben tóverkracht...!' Dan komt er een elfje langsvliegen. Ze ziet al die blije dwergen. Maar ze ziet ook een dwergje lopen dat helemaal niet blij is. Ze gaat naar het dwergje toe en vraagt: 'Wat is er met jou?' Zegt het dwergje: 'Mijn naam is To.'

Een jongen en een meisje van het platteland liggen naast elkaar langs de dijk. Klimt er opeens een stier bovenop een koe. Zegt die jongen tegen dat meisje: 'Zal ik dat ook eens doen?' Zegt het meisje: 'Wat kan mij het schelen? Het zijn mijn koeien niet.'

Net getrouwd stel. Duiken in bed. Zij kijkt onder de dekens, waarop ze tegen haar man zegt: 'O, wat lief van je om mijn naam op je pielemoos te zetten.' Waarop die knul zegt: 'Je moest eens weten wat voor moeite ik heb gehad om dat ding in die schrijfmachine te krijgen.'

Een vrachtwagenchauffeur neemt een liftster mee. Na vijf minuten zegt die liftster al: 'Hé, zullen we een nummertje maken?' 'Hou even op, zeg,' zegt de vrachtwagenchauffeur: 'Ik ben gelukkig getrouwd, ik heb drie kinderen. Daar heb ik helemaal geen behoefte aan.' Na een half uurtje begint de liftster weer: 'Laten we nou een nummertje maken.' De chauffeur kijkt eens naar de liftster: ze heeft joekels van tieten. 'Nou, vooruit dan,' zegt de chauffeur, 'maar we doen het wel onder de wagen.' 'Dat is goed,' zegt de liftster. Dus de chauffeur zet zijn wagen aan de kant, en ze kruipen onder de auto. Terwijl ze zo bezig zijn, ziet die chauffeur ineens twee leren laarzen naast zich staan. Een politieagent. 'Wat zijn we aan het doen?' vraagt de agent. 'Ik denk dat ik een lekke olieleiding heb,' zegt de chauffeur. 'Dan mag je je handrem ook wel eens nakijken,' zegt de agent, 'want je wagen staat 400 meter verderop.'

Ik was laatst is een Chinees restaurant. Komt er een bloedmooi Chinees meisje naar me toe en vraagt: 'Wilt u menu?' 'Doe maar straks,' zeg ik, 'ik wil eerst effe eten.'

Een meisje mag bij haar thuis een schoolfeest geven. Ze waarschuwt alle genodigden dat haar vader erg streng is, en dat ze dus geen gekkigheid mogen uithalen. Ook de drie belhamels van de klas krijgen te horen dat ze zich moeten gedragen, anders is het feest meteen afgelopen. 's Avonds begint het feest en de vader staat al bij de deur. De drie belhamels bellen aan en de vader doet open. 'Ja?!' vraagt de vader. De eerste jongen zegt: 'Goedenavond mijnheer, mijn naam is Jansen, en ik kom hier om te dansen.' De vader laat de jongen binnen. De tweede jongen zegt: 'Goedenavond mijnheer, mijn naam is Van Lingen, en ik kom hier om te swingen.' Ook deze jongen wordt binnengelaten. De derde jongen aarzelt, zegt dan: 'Goedenavond mijnheer, mijn naam is Beuken: ik mag er zeker niet in?'

Een aannemer heeft een zoontje. Zegt dat joch: 'Papa, wanneer krijg ik er nou 's een zusje bij?' Waarop die aannemer, geheel in stijl, zegt: 'Voor dat karwei heb ik nou geen tijd.' Zegt dat zoontje: 'Waarom zet je er dan geen mannetje bij?'

Een jonge vrachtwagenchauffeur komt op de militaire keuring en wil graag afgekeurd worden. Hij komt bij de keuringsarts en moet zich uitkleden. 'Beroep?' vraagt de arts. Vrachtwagenchauffeur.' 'Wat zijn je gebreken?' vraagt de arts. 'Mijn koplampen werken niet,' zegt de jongen. 'Hoe bedoel je,' vraagt de arts. 'Ik bedoel: ik heb slechte ogen.' 'We zullen eens zien,' zegt de arts en loopt naar de kaart met de kleine en grote letters. De arts wijst op kleine letters: 'Kun je dit lezen?' 'Nee, sorry,' zegt de jongen. De arts wijst op grotere letters: 'Kun je dit dan lezen?' 'Nee, sorry,' zegt de jongen. De arts wijst op de allergrootste letters: 'Kun je dit dan lezen?' Absoluut niet,' zegt de jongen. 'Dat is inderdaad niet zo best,' zegt de dokter, 'maar ik heb nog een tweede test.' Nu laat de dokter een spiernaakte meid voor het bord gaan staan. 'Zie je wat?' zegt de dokter. 'Niets,' zegt de jongen. 'Nou,' zegt de dokter, 'misschien werken je koplampen niet, je richtingaanwijzer doet het wel.'

Die ene aannemer tegen die andere aannemer, hij zegt: 'Ik ben nou drie keer naar Italië geweest met vakantie, en drie keer was mijn vrouw in verwachting.' Waarop die andere aannemer zegt: 'Joh, dan ga je toch 'ns naar een ander land?' 'Nou nee,' zegt de eerste, 'ik denk dat ik 'r voortaan maar meeneem.'

Ligt een vrouw bij de tandarts. Ze kermt: 'O, o, ik krijg nog liever een kind!' 'Dat kan ook,' zegt de tandarts, 'maar dan moet de stoel anders.'

Een ambtenaar komt thuis, en juist op dat moment komt zijn buurman het huis uitlopen, met z'n bovenbroek over z'n arm. Waarop die man zegt: 'Buurman, ik hoop niet dat u er iets van denkt, maar mijn broek was van mijn balkon op uw balkon gewaaid. Die ben ik even wezen halen.' 'Nee, natuurlijk niet, buurman, nee hoor, dat is in orde.' Hij loopt naar binnen en zegt in z'n eigen: 'Klootzak, we hebben helemaal geen balkon.'

Zegt de ene vriendin tegen de andere vriendin: 'Heb jij je man wel eens gesnapt?' Ze zegt: 'Nou, ik heb vorige week een condoompje in z'n auto gevonden.' Zegt ze: 'Wat heb je ermee gedaan?' Zegt ze: 'Ik heb er een gaatje in geprikt.' Zegt die vriendin: 'Nou je wordt bedankt.'

Ma Flodder komt het café binnen met een papegaai op haar schouder. Ze loopt naar een stel kerels toe en zegt: 'De man die weet wat voor een vogel d'r op mijn schouder zit, mag vanavond met mij naar bed.' Ze kijkt naar de mannen, wijst er één aan en zegt: 'Jij mag 't zeggen!' De man antwoordt: 'Uuh, een duif.' Zegt ze: 'Weet je wat, voor deze keer reken ik het goed.'

Er was eens een mevrouw en die had twee hondjes. En die noemde ze allebei Tietje. Toen stapte ze in de bus en zegt ze tegen die chauffeur: 'Chauffeur, mogen m'n Tietjes ook in de bus?' Waarop die chauffeur zegt: 'Natuurlijk mag dat; ik laat m'n lul toch ook niet thuis?'

Er loopt een pastoor door Jeruzalem. Hij komt op een plek waar drommen mensen samenscholen. De pastoor vraagt aan een voorbijganger: 'Waarom staan hier zoveel mensen?' 'O,' zegt de man, 'straks komt er een stoet kamelen voorbij met naakte Dames erop.' 'Mooi,' zegt de pastoor, dan blijf ik even staan, want ik heb in geen jaren een kameel gezien.'

Oma vraagt aan haar kleindochtertje: 'Wat wil je hebben voor je verjaardag?' Waarop het kind zegt: 'De pil.' Waarop oma bijna een flauwte krijgt en zegt: 'Wat moet jij nou met de pil?' Zegt ze: 'Ik heb nou drie poppen, da's meer dan genoeg.'

Een groepje nonnen is gierend van de lach aan het rondfietsen. Op een gegeven ogenblik roept de moeder-overste: 'Als jullie niet ophouden met dat kabaal, laat ik morgen de zadels er weer opzetten!'

Oma heeft besloten om na jaren weer eens behoorlijk te gaan stappen. Ze zit zich aan de kaptafel op te maken. Dan pakt ze een grote spuitbus, en begint flink onder haar oksels te sprayen. Haar kleinzoontje staat dat kritisch te bekijken en zegt: 'Oma, denkt u wel aan het ozongat?' 'Ja hoor,' zegt ze, 'dat doe ik zo effe met een washandje.'

Op school vraagt de juffrouw wie van de kinderen er een mooi gezegde of rijmpje kan opzeggen. Jantje steekt zijn vinger op en mag het zeggen: 'Eigen haard is goud waard.' 'Dat is goed,' zegt de juf. Marietje weet er ook één: 'Zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens.' Ook dat is goed. Dan steekt Moos zijn hand op: 'Juf ik weet een rijmpje: Mijn zuster Ruth stond in de put en het water reikte tot haar knieën.' 'Maar Moos,' zegt juf, 'dat laatste rijmt toch niet?' Zegt Moos: 'Ken ik er wat aan doen dat het water niet hoger stond?'

Een zoontje gaat naar zijn vader, die het opperhoofd van de stam is. 'Pappie,' vraagt het zoontje, 'waarom heet mijn oudste broertje eigenlijk Rennende Buffel?' 'Dat zal ik je uitleggen,' zegt het opperhoofd: 'Toen je oudste broer verwekt werd, kwam er juist een buffel langs de tent rennen. Daarom hebben we hem negen maanden later Rennende Buffel genoemd.' 'Pappie,' vraagt het zoontje weer, 'en waarom heeft mijn op ŽŽn na oudste broertje dan Trillende Bever?' 'Wel,' zegt het opperhoofd, 'toen dat broertje verwekt werd, stond er juist een trillende bever aan de tent. En daarom hebben we hem negen maanden later Trillende Bever genoemd. Maar waarom vraag je dat allemaal, Scheurend Rubber?'

Een man zit op zijn werk nogal sloom achter zijn bureau. De directeur komt langs en vraagt wat er aan de hand is. De man antwoordt: 'Ik weet het niet, ik heb het gevoel dat alles mislukt, dat alles als los zand door m'n handen glipt. Ik zie het niet meer zitten...' Zegt de directeur: 'Kop op kerel. Heb ik ook eens gehad! Ik ben toen twee weken lang alle pauzes naar huis gegaan om me door mijn vrouw te laten verwennen. Dat heeft prima geholpen! Dat zou jij ook moeten doen...' Twee weken later komt de directeur weer langs. De man zit lustig te typen, de fax ratelt... Zegt de directeur: 'Ik zie dat het weer prima gaat! Je hebt mijn advies zeker opgevolgd?' 'Inderdaad,' zegt de man: 'Trouwens, nooit geweten dat u zo mooi woont!'

De juffrouw voor de klas zegt tegen de kinderen: 'Vandaag gaan we het over een bepaald soort dieren hebben, en wel over torren. Wie kan mij een tor noemen?' Jantje steekt zijn vinger op: 'De water-tor, juf.' 'Dat is goed,' zegt de juf, 'en weet je ook wat de water-tor eet?' 'Ja juf, waterplantjes en watervlooien.' Pietje weet er ook een en steekt zijn vinger op: 'De boom-tor, juf.' 'Dat is goed,' zegt de juf, 'en weet je ook wat de boom-tor eet?' 'Ja juf, boomschors en blaadjes.' Dan steekt Moos zijn vinger op en zegt: 'De vibra-tor, juf.' 'De vibra-tor?' zegt de juf, 'ik denk niet dat dat goed is. Kun je ook zeggen wat die eet?' 'Nou,' zegt Moos, 'volgens mijn zuster vreet 'ie batterijen.'

Twee vrouwen gaan het postkantoor binnen omdat ze postzegels moeten kopen voor op kantoor. Ze staan in de rij, komen er ineens twee gemaskerde overvallers binnen met geweren in hun hand. 'Dit is een overval,' wordt er geroepen, 'iedereen plat op zijn buik.' De ene vrouw gaat op haar buik liggen en kijkt opzij. Ziet ze haar collegaatje op haar rug liggen. Zegt ze: 'Meid, draai om: dit is een overval, geen personeelsfeestje.'

Er zit een meisje in een café nogal sip te kijken en te zuchten. Een jongen gaat naar haar toe, en vraagt wat er aan de hand is. 'Nou,' zegt het meisje, 'ik zou zo graag mijn zus eens bezoeken in Zuid-Afrika, maar de bootreis is veel te duur.' 'O, maar dat komt goed uit,' zegt de jongen, 'want ik ben matroos. Ik wil je best in mijn plunjezak het schip op smokkelen.' 'Dat zou geweldig zijn,' zegt het meisje, 'maar wat moet ik daar voor doen?' 'Nou,' zegt de jongen, 'ik kom je elke avond eten brengen. En dan zou ik het fijn vinden als ik een half uurtje bij je mag komen liggen.' 'Dat is wel goed,' zegt het meisje. Dus wordt het meisje het schip op gesmokkeld. Elke avond komt de matroos haar eten brengen, en blijft dan een half uurtje bij haar. Na drie weken vindt het meisje de reis wel lang gaan duren. Ze besluit maar eens naar boven te gaan. Boven gekomen ziet ze de kapitein lopen, en aan hem vraagt ze: 'Kapitein, duurt het nog lang voordat we in Zuid-Afrika zijn?' 'Nogal,' zegt de kapitein, 'want dit is de veerboot naar Texel.'

De juffrouw op de lagere school zegt: 'Ik ga een dier omschrijven, en dan moeten jullie raden wat ik bedoel.' En ze begint: 'Het loopt op de boerderij en het geeft melk.' Jantje zegt: 'Een koe.' 'Dat is goed,' zegt de juffrouw, 'maar ik bedoelde een geit.' Dan zegt ze: 'Het loopt op de boerderij, het heeft veren en legt eieren.' Jantje zegt: 'Een kip.' 'Dat is goed,' zegt de juffrouw, 'maar ik bedoelde een eend.' Jantje krijgt de pest in en zegt tegen de juffrouw: 'Nou geef ik u een raadsel: je stopt 't hard in je mond, en het komt er zacht en vochtig weer uit.' De juffrouw krijgt een knalrood hoofd. 'Dat is goed,' zegt Jantje, 'maar ik bedoelde kauwgom!'

 
OK