|
| | Voor inzendingen Hinternetfun: Sportblad Knudde Redactie Secretariaat marina.van-de-meiden@transport.alstom.com onder vermelding: Hinternetfun. Een vliegtuig stort neer in de jungle. De enige overlevende is John
Woodhouse. Samen met zijn accordeon begeeft hij zich op weg naar de bewoonde wereld. Plots komt er een leeuw aanstormen. John Woodhouse begint op zijn accordeon te spelen, en de leeuw doet hem niks. Even later komt een tweede leeuw aanstormen. John Woodhouse begint nog wat harder te spelen, en ook deze leeuw doet hem niks. Dan komt er een derde leeuw aanstormen. John Woodhouse gaat nog harder spelen, maar de leeuw blijft doorlopen en vreet hem helemaal op. Zitten er twee apen in de boom. Zegt de ene tegen die andere: 'Ik heb het je toch gezegd. Als die dove straks komt: die heeft hem!'
Er komt een konijn bij de bakker en vraagt: 'Bakker, heeft u ook worteltjestaart?' 'Nee, het spijt me,' zegt de bakker, 'worteltjestaart heb ik niet.' De volgende dag komt het konijn weer langs en vraagt: 'Bakker, heeft u worteltjestaart?' 'Nee,' zegt de bakker, 'worteltjestaart heb ik niet.' Elke dag komt het konijn om worteltjestaart zeuren, en de bakker wordt het zo zat dat hij een worteltjestaart bakt. Als de volgende dag het konijn weer langskomt, vraagt 'ie: 'Bakker, heeft u worteltjestaart?' 'Ja,' zegt de bakker. Zegt het konijn: 'Vies hé?'
's Ochtends gaat Ria Lubbers uit rijden met de spiksplinternieuwe auto van Ruud. Als Ruud 's avonds thuis komt, zegt
Ria: 'Ik heb een goede en een slechte mededeling. Ik begin maar met de goede mededeling: de airbag in onze nieuwe auto doet 't prima...'
Saar en Moos wandelen door een weiland. Plotseling valt Saar in een sloot. 'Help, help,' roept
Saar. Zegt Moos: 'We hadden afgesproken: we halen geen oude koeien uit de sloot.'
Een breedbek-kikker loopt door de wei en komt een paard tegen. Pratend met zijn brede bek, vraagt de kikker aan het paard: 'Wat eet jij zo de hele dag?' 'Gras,' zegt het paard. 'O,' zegt de
breedbek-kikker, 'da's interessant'. En hij loopt weer door. Komt 'ie een konijn tegen en vraagt: 'Wat eet jij zo de hele dag?' 'Klavertjes,' zegt het konijn. 'O,' zegt de
breedbek-kikker, 'da's interessant'. En hij loopt weer door. Komt 'ie bij een ooievaar. 'Wat eet jij zo de hele dag?' vraagt de
breedbek-kikker. 'Breedbek-kikkers,' zegt de ooievaar. Zegt de breedbek-kikker met een toegeknepen mondje: 'Nóóit van gehoord!'
Een man moet in de druk café even naar de WC. Om te voorkomen dat zijn zojuist getapte pilsje wordt opgedronken, zet hij er een briefje bij. Op het briefje staat: 'Ik heb erin gespuugd.' Als de man terugkomt van de WC ziet hij dat zijn pilsje er nog staat. Het briefje met 'Ik heb erin gespuugd' staat er ook nog. Alleen heeft iemand erbij geschreven: 'Ik ook.'
Sam komt Moos tegen. Zegt Sam tegen Moos: 'Hé Moos, wat zie jij er slecht uit.' Zegt
Moos: 'Ja vind je het gek. Werk in de haven, sjouwen, om vijf uur beginnen, om drie uur weer thuis...' Vraagt
Sam: 'Goh Moos, hoe lang doe je dat al?' Zegt Moos: 'Ik moet maandag beginnen.'
Een agent loopt langs de gracht. Opeens ziet hij een man in de gracht spartelen die roept: 'Help, help, ik verdrink.' Zegt de agent:
'Da's maar goed ook: anders kreeg je een prent, want je mag hier niet zwemmen!'
Er komt een vertegenwoordiger in stofzuigers langs bij een boerderij. Hij belt aan, de boerin doet open. De vertegenwoordiger begint te praten: 'Dag mevrouw, ik ben vertegenwoordiger van hele goede stofzuigers: die zuigen echt alles, maken alles schoon. En om het te bewijzen, maak ik nu uw tapijt even vuil.' En de vertegenwoordiger gooit een hele doos met vuiligheid over de vloerbedekking en zegt: 'Met mijn stofzuiger maak ik dat weer helemaal brandschoon. Ik garandeer u: elke korrel die blijft liggen, eet ik persoonlijk van de vloer.' Zegt de boerin: 'Nou begin dan maar vast te eten, want we hebben geen elektriciteit.'
Er komt een man bij de hemelpoort. Petrus doet open en herkent meneer Jansen meteen. Petrus zegt: 'U hebt zich in uw leven nogal slecht gedragen. U komt hier niet naar binnen. Maar ik wil u een tweede kans geven. In die kamer daar staan 600 doosjes. U krijgt de opdracht om die doosjes op aarde uit te gaan delen. Ze zijn bestemd voor alle mannen die zich in hun huwelijk braaf hebben gedragen, nooit zijn vreemd gegaan, nooit teveel hebben gedronken...' ... Weet jij wat er in het doosje zat? ... Ik hoor het al. Jij hebt ook geen doosje gehad.
Een dronken man gaat naar de kermis. Bij de schiettent schiet hij in de roos en krijgt als prijs een waterschildpadje. De volgende dag gaat de dronken man weer naar de kermis. Bij de schiettent schiet hij weer in de roos en krijgt weer een waterschildpadje. De derde dag gaat 'ie weer naar de kermis, en schiet bij de schiettent in de roos. Krijgt hij als prijs een teddybeer. 'Hé,' zegt de dronken vent, 'zijn de gevulde koeken op?'
Zegt een man bij de slager: 'Slager, heeft u varkenspootjes?' Zegt de slager: 'Nee, zo loop ik altijd.'
Een jager leest een advertentie in de krant: unieke jachthond te koop. Hij besluit te gaan kijken. De verkoper neemt hem mee naar het hok. De jager kijkt en zegt: 'Maar dat is gewoon een Labrador.' 'Ja,' zegt de verkoper, 'maar deze hond is echt uniek. We zullen wel eens even een stukje gaan jagen.' De verkoper haalt zijn geweer, en de twee lopen met de hond naar het meer toe. De verkoper knalt een eend uit de lucht en de eend valt in het water. De hond loopt over het water naar de eend toe, neemt hem in zijn bek, en brengt
'm, over het water lopend mee terug naar de twee mannen. 'Dat is inderdaad bijzonder,' zegt de jager, 'wat moet die hond kosten?' 'Ja,' zegt de verkoper, 'hij is natuurlijk niet goedkoop: 5000 gulden.' 'Wat?' zegt de jager, '5000 gulden voor een hond die niet kan zwemmen?'
Een pastoor, een dominee en een rabbijn hebben een discussie: wat is een goede methode om uit te maken hoeveel van de kerkinkomsten aan God gewijd moeten worden? De pastoor zegt: 'Ik weet een goede manier: we trekken een cirkel op de grond en proberen al het muntgeld er van een afstandje in te gooien. Wat buiten de cirkel valt, is voor God.' 'Ik weet wat beters,' zegt de dominee: 'We trekken een streep op de grond bij de muur en daar gooien we het geld naar toe. Alles wat tussen de streep en de muur blijft liggen, is voor God.' 'Dan weet ik nog wat beters,' zegt de rabbijn: 'We gooien al het geld in de lucht. En wat God vangt, dat mag 'ie houden.'
Een parachutist springt uit een vliegtuig. Als het zover is, trekt hij aan zijn parachute. Noppes. Hij trekt aan zijn
reserve-parachute. Noppes. Met een vaart dondersteent hij naar beneden. Dan komt er van onderaf iemand omhoog schieten met verbrande kleren, helemaal onder het roet... Roept de parachutist: 'Heb jij verstand van parachutes?' 'Nee', roept de ander, 'en ook niet van gaskachels.'
Jezus is teruggekeerd op aarde. Om te bewijzen dat hij Jezus is, wil de pers dat hij over het water loopt. Alle camera's staan opgesteld rond een zwembad. Jezus stapt het zwembad in en zinkt meteen als een baksteen naar de bodem. Als hij weer bovenkomt, vraagt de verslaggever: 'Wat is er mis gegaan?' 'Ja,' zegt Jezus, 'de eerste keer dat ik over het water liep, had ik nog niet van die gaten in m'n poten!'
Een soldaat komt op vrijdagmorgen bij de sergeant en vraagt verlof. 'Ik ga vader worden,' zegt de soldaat. Hij krijgt verlof. Na het weekend, op maandagmorgen vraagt de sergeant aan de soldaat: 'En, hoe heet de kleine?' Zegt de soldaat: 'Over negen maanden bent u de eerste die het weet.'
Er komt een man de bank binnen. Hij loopt naar de kassier en zegt: 'Geef mij eens duizend gulden, klootzak!' De kassier zegt: 'Wat!?' 'Je bent toch niet doof?' zegt de man, 'ik zeg: geef mij eens duizend gulden, klootzak.' De kassier loopt naar de bankdirecteur, en zegt: 'Wat ik nou beleef: komt er een vent aan het loket, en die zegt geef mij eens duizend gulden, klootzak.' 'Ik zal wel n's even komen kijken,' zegt de directeur, en hij loopt met de kassier mee terug naar de balie. 'Wat is er aan de hand?' vraagt de directeur aan de klant. De man zegt: 'Gewoon, ik zeg tegen die kassier: geef mij eens duizend gulden, klootzak.' 'Wie bent u?' vraagt de directeur. 'Ik ben meneer
Cohen,' zegt de man. 'Heeft u een rekening hier?', vraagt de directeur. 'Ja,' zegt de man. De directeur zegt tegen de kassier: 'Kijk eens wat er op de rekening staat van die man.' De kassier kijkt en zegt: 'Acht miljoen gulden.' Zegt de directeur: 'Geef die man dan eens duizend gulden, klootzak.'
Er komt een man bij de kapper met een enorme bos haar. De kapper vraagt wat de man wil. Hij wil kortgeknipt worden. Na een half uurtje vraagt de kapper: 'Heeft u in het leger gezeten?' 'Ja,' zegt de man, 'hoe weet u dat?' Zegt de kapper: 'Ik kom net je baretje tegen.'
Er komt een man in de dierenwinkel. Hij zegt: 'Mag ik driehonderd kakkerlakken van u?' Zegt de verkoper: 'Waar heeft u nou driehonderd kakkerlakken voor nodig?' Zegt de man: 'Ik ga verhuizen: ik moet mijn huis in de oude staat terugbrengen.'
Sam komt Moos tegen. Zegt Sam: 'Zeg Moos, wat kijk je somber?' 'Vind je 't gek?' zegt
Moos: 'Mijn beste vertegenwoordiger is overleden: 32 jaar oud!' 'Vreselijk,' zegt
Sam, 'wat had die jongen?' Zegt Moos: 'Brabant en Limburg.'
Ik zit laatst in de trein tegenover een man. De man vertelt: 'Ik ggga nnnaar
Hhhhilversum.' 'Wat ga je daar doen?' vraag ik. Hij zegt: 'Ssssollocoteren.' 'Waar?' vraag ik. Hij zegt:
'Bbbbij de KKKKRO.' Ik vraag: 'Als wat?' Hij zegt: 'Als omroeper.' Op de terugweg zie ik die man weer in de trein zitten. Dus ik vraag: 'En, hoe is je sollicitatie gegaan?' De man zegt:
'Kkkkklote.' 'Hoezo?' vraag ik. De man zegt: 'Zzzze hhhebben me nnnniet aangenomen.' 'Nou!' zeg ik: 'Waarom niet?' Zegt de man: 'Ik ben niet
kkkkatholiek.'
Er zit een man aan de bar. Opeens haalt hij zijn glazen oog uit z'n kas en keilt 'm tegen de ruit. Het glazen oog stuitert terug op de bar en de man doet hem weer in. 'Wat doe je nou?' vraagt de man naast hem. 'Ik kijk even of m'n fiets er nog staat.'
Sam en Saar lopen door de Kalverstraat. Saar blijft stilstaan bij een sjieke boetiek waar een mooie jurk in de etalage staat. 'Vind je 'm mooi?' vraagt
Sam. 'Ja, heel mooi,' zegt Saar. 'Vind je 'm echt heel erg mooi?', vraagt Sam. 'Ja, werkelijk prachtig,' zegt
Saar. 'Nou, weet je wat?' zegt Sam, 'dan gaan we morgen weer kijken.'
Er belt een collectant aan de deur. Een vrouw doet open. Het blijkt een collecte te zijn voor de vrijwillige brandweer. 'Kees,' roept de vrouw naar achteren, ''t is voor de vrijwillige brandweer.' Roept Kees terug: 'Geef ze maar twee emmers water mee.'
Er zit een man aan de waterkant. Links heeft hij een emmertje met wormen staan, rechts ligt een hamer. Er komt een andere man langs die vraagt wat hij aan het doen is. 'Ik ben aan het vissen,' zegt de man. 'Hoe doe je dat dan?' vraagt de ander. 'Voor een tientje wil ik het wel vertellen,' zegt de man. De ander betaalt een tientje. 'Nou,' zegt de man, 'ik gooi een worm in het water, en zodra er een vis naar hapt, geef ik die een klap op z'n kop met mijn hamer.' 'Vangt dat nog wat?' vraagt de ander. 'Ja,' zegt de man, 'een tientje of vijf, zes...'
Een Nederlandse toerist in Egypte wil eens een tocht door de woestijn maken op een kameel. Dus huurt hij een kameel, maar hij weet niet hoe hij het beest moet laten lopen. 'Het is heel eenvoudig,' zegt de kamelenverhuurder: 'Als je `poeh' zegt, gaat hij lopen, als je
`poehpoeh' zegt gaat hij harder lopen, en als je `amen' zegt, stopt hij.' De Nederlander klimt op de kameel en zegt: 'Poeh'. En inderdaad, de kameel begint te lopen. Een eindje verder de woestijn in zegt de man:
'Poehpoeh.' En de kameel gaat inderdaad harder lopen. Opeens ziet de man verderop een afgrond opdoemen, maar in zijn paniek is hij vergeten wat het woord was om de kameel te laten stoppen. De man weet dat hij te pletter zal vallen en heeft nog net tijd voor een schietgebedje. Zodra hij het woord 'amen' uitspreekt, staat de kameel stil. Vlak voor de rand van de afgrond! De man wist het zweet van zijn voorhoofd en zegt:
Poehpoeh!'
Een tijdje terug rijd ik in Breda over de Wilhelminasingel. Dat is een weg barstensvol stoplichten. Ik stop achter een auto ideaal voor het rode licht stilstaat. Stapt die man voor me uit de auto, laat zijn broek zakken en keert zijn kont naar het stoplicht. Het stoplicht springt op groen, de man springt in zijn auto en rijdt door. Het volgende stoplicht staat weer op rood. De man voor me stapt uit zijn auto, trekt zijn broek naar beneden en keert zijn kont naar het stoplicht. Zodra deze op groen springt, rijdt hij weer verder. Bij het volgende stoplicht besluit ik hem aan te spreken. De man springt weer uit zijn auto, doet zijn broek omlaag en keert zijn kont naar het stoplicht. Nu stap ik ook uit en vraag: 'Waarom doe je dat toch?' Zegt de man: 'Ik moet van de dokter onder de rooie lamp, maar ik heb er thuis geen!'
De juffrouw op school vraagt aan Marietje wat ze later wil worden. 'Ik wil later mannequin worden,' zegt
Marietje. 'Maar als je daar nou te lelijk voor bent?' vraagt de juffrouw. Zegt het meisje: 'Dan kan ik altijd nog schooljuf worden.'
Een klein jongetje steekt in de klas zijn vingertje op. 'Juf, mag ik even naar de WC?' De juffrouw bekijkt 't dreumesje eens en vraagt: 'Kan jij dat wel alleen?' Waarop dat gozertje zegt: 'Natuurlijk kan ik dat alleen.' 'Nou goed, grote jongen, ga jij dan maar.' Na twee minuten komt ie terug, helemaal, maar dan ook helemaal doornat. Waarop de juffrouw prompt uitvalt: 'Zie je nou wel dat je het niet alleen kan?' Maar hij, huilerig: 'Ik kon het wel alleen, maar de bovenmeester moest ook en die zag me niet.'
Hennie Huisman fokt graag paarden. Op een keer gaat hij naar Engeland om de befaamde paardenraces op Ashcot bij te wonen. Hij zit daar op de tribune met zijn verrekijker, als er een oude Brit naast hem komt zitten.
'How are you?' vraagt de Engelsman. En Hennie stottert in zijn beste
steenkolen-Engels: 'I am fine.' Ik ben fijn. 'Who are you?' vraagt de Brit. 'I am Hennie Huisman.'
'What's your occupation? What do you do for a living?' 'O,' zegt Hennie, 'I fok
horses.' 'Pardon?' vraagt de Brit. Zegt Hennie: 'Ja, paarden.'
Er komt een vertegenwoordiger in rukwinden bij John Bernhard. Hij maakt zijn koffer open: weg handel!
Komt een man een café binnen. Hij maakt een salto voorwaarts, een salto achterwaarts, een flikflak, gaat op de barkruk zitten en bestelt een pilsje.
'Da's knap wat u daar deed,' zegt de barman, 'hoe kan u dat zo goed?' 'Het circus is in de stad, en daar werk ik bij', zegt de man, 'ik ben acrobaat.' Een kwartier later komt er weer een man het café binnen. Hij maakt een driedubbele salto en een dubbele flikflak, gaat op de barkruk zitten en bestelt een pilsje. 'Ik geloof mijn ogen niet', zegt de barman. De eerste man zegt: 'Het is gewoon een collega van me: we hebben samen een acrobatennummer.' Nog een kwartier later komt er weer een man het café binnen. Hij maakt een salto, een flikflak, voorwaarts, achterwaarts en belandt met een boog op de barkruk. Zegt de barman: 'Ja, ik snap het al: u komt ook uit het circus.' 'Nee,' zegt de man, 'je mag wel eens een ander deurmatje kopen.'
Twee gekken lopen door de Kalverstraat. Zegt de ene gek: 'Nou wil ik wel eens in het midden lopen.'
Een giraf komt terug in de dierentuin. 'Wat kijk je chagrijnig?' vraagt de bewaker. 'Vind je 't gek?' zegt de giraf: 'Ik kom net bij de kapper vandaan. Alleen m'n nek uitscheren: 1500 gulden!'
Op de kermis staat een krachtpatser die een citroen helemaal uitknijpt. Er wordt een beloning uitgeloofd voor degene die er nog een druppel uitkrijgt. Allerlei sterke mannen knijpen in de citroen zo hard als zij kunnen, maar er komt geen druppel meer uit. Dan komt er een miezerig mannetje naar voren. Hij knijpt een hele straal sap uit de citroen. Verbaasd vraagt de krachtpatser of het mannetje aan krachttraining doet. 'Nee hoor,' zegt het mannetje, 'ik ben gewoon belastingontvanger.'
Joop van den Ende loopt door zijn studio's in Aalsmeer. In één van de studio's ziet hij Ron Brandsteder bezig met repeteren.
'Ron,' zegt Joop, 'kom na afloop even bij mij langs.' Als Ron klaar is met repeteren, gaat hij langs bij Joop van den
Ende. Die zit aan zijn grote eikenhouten bureau. 'Ron,' zegt Joop, 'ik vind dat je goed werk verricht. Je inzet is altijd in orde, je zorgt dat je er altijd goed uitziet. Ik ga je opslag geven: vijftien gulden bruto per maand erbij.' Ron Brandsteder duikt over het bureau en begint Joop van den Ende af te likken en te zoenen. Zegt Joop: 'Nou ja zeg,
Ron, het is maar vijftien gulden bruto in de maand...' Zegt Ron: 'Joop, als ik genaaid word, wil ik zoenen ook!'
Twee konijntjes en een egeltje zitten 's avonds langs de kant van de weg. Vraagt het egeltje: 'Hoe komt dat nou? Je ziet altijd platgereden egeltjes op de weg liggen, maar nooit een platgereden konijn.' 'Dat zal ik je uitleggen,' zegt het konijn: 'Wij hebben een goede methode. Als wij de weg overstekken en we zien twee grote koplampen aankomen, gaan we precies in het midden zitten. Als de koplampen dichtbij zijn, dan bukken we, en dan kunnen we daarna gewoon weer doorlopen. Maar ik zal het wel even laten zien.' Het konijn loopt de weg op. Er komen twee koplampen aan. Het konijn gaat in het midden zitten, bukt, en komt even later weer teruglopen: 'Zie je wel. Niks
an.' 'Dat wil ik ook eens proberen,' zegt het egeltje. Het egeltje loopt de weg op. Er komen twee koplampen aan, en het egeltje gaat precies in het midden zitten. Hij bukt... en wordt finaal platgereden. Zegt het ene konijn tegen het andere: 'Zie je niet vaak meer, hé, zo'n driewieler...'
Een dronken man probeert met een sigaret zijn autoportier open te maken. Een voorbijganger ziet het en zegt: 'Dat is een sigaret, hoor, waarmee u die portier probeert open te maken.' 'Verrek,' zegt de dronken man, 'dan heb ik net mijn sleutels opgerookt!'
We schrijven het jaar 1920, in het Chicago van de maffia. Don Pedro, de grootste maffiabaas roept zijn oudste zoon Luigi bij zich.
'Luigi,' zegt Don Pedro, 'jij bent nu 18 jaar geworden. Nu isse traditie in de familie dat jij de pistolen krijgt.' 'Maar papa,' zegt
Luigi, 'ik wil helemaal geen pistolen.' 'Isse traditie!' valt zijn vader uit: 'Ikke krege die pistolen van mijn vader, hij van zijn vader enzovoort.' 'Maar ik wil geen pistolen,' zegt Luigi weer, 'ik heb liever een horloge.' 'Wat? Nou moete jij eens goed luisteren,' zegt Don
Pedro: 'Ik ga jou wat vertelle. Jij hebbe nu verkering met Maria. Over een tijdje ga jij met haar trouwen. Op een dag kom jij thuis. Maria is niet in de woonkamer, Maria is niet in de gang, niet op de trap. Zij ligt in de slaapkamer, in bed met jouw beste vriend
Mario. Wat ga jij dan zeggen: Je tijd is om?'
Een vader vertelt aan zijn zoon over Sinterklaas. Zegt-ie: 'Ach, schei toch uit met je Sinterklaas. Ik heb alles gevonden in de kelder: het kostuum, een baard en die staf. Ik geloof allang niet meer in Sinterklaas. En,'
zegt-ie, 'nou we toch kerels onder elkaar zijn, met die ooievaar kan je ook wel inpakken.' Zegt z'n vader: 'O ja, weet je dan hoe 't wel gaat?' 'Ja,'
zegt-ie, 'kinderen worden geboren. En ik zal net zo lang zoeken tot ik die boor ook gevonden heb.'
Er rijdt een man over de snelweg. Hij rijdt zo'n 140, 150 kilometer per uur. Hij wordt opgemerkt door een politie Porsche die de achtervolging inzet. De man gaat steeds harder rijden: 170, 180, 190 kilometer per uur. Maar uiteindelijk wordt hij door de politie klem gereden. 'Waarom rijdt u zo hard?' vraagt de politieagent. 'Tja,' zegt de man: 'Vorige week is mijn vrouw er vandoor gegaan met een politieagent. En nou was ik als de dood dat je haar terug kwam brengen.'
Moos is met wintersport en raakt bedolven onder een lawine. Meteen gaat een reddingsploeg op pad om hem te redden, maar Moos is moeilijk te vinden. Er wordt een helikopter ingezet, en eindelijk zien ze Moos liggen. De reddingsploeg gaat naar hem toe, maar het laatste stuk is slecht begaanbaar. Vanuit de verte roepen ze Moos toe: 'Meneer
Cohen, meneer Cohen, hier is het Rode Kruis, we komen eraan.' Roept Moos terug: 'Ik heb vorige week al gegeven.'
Een mannetje heeft in de kroeg een stevig stuk in zijn kraag zitten zuipen. Als hij naar buiten stapt, heeft het flink geregend: het asfalt glimt van het water. 'Verdomme,' zegt de man, 'nou moet ik nog een rivier overzwemmen ook.' Hij neemt een aanloop en maakt een duik. Hij komt keihard op het asfalt terecht. 'Krijg de pest,' roept hij: 'Het heeft nog gevroren ook!'
Een vrouw heeft een chihuahua. Op de rug van het hondje groeit maar steeds een rare pluim. Hoe vaak de vrouw de pluim ook afknipt, hij blijft even hard weer terugkomen. Dan gaat de vrouw naar de drogist voor ontharingscrème. De drogist geeft haar een potje en zegt dat ze na het opsmeren een paar uur haar armen niet omlaag mag doen. 'O, maar het is niet voor mijn oksels,' zegt de vrouw: 'Het is voor mijn
chihuahua.' 'In dat geval,' zegt de drogist, 'mag u een week niet fietsen.'
Een man ligt op de stoel bij de tandarts. De tandarts kijkt in zijn mond en ziet een enorme rotte kies. De tandarts zegt: 'Wat een gat, wat een gat, wat een gat.' De patiënt vraagt: 'Waarom zegt u dat drie keer?' Zegt de tandarts: 'Dat doe ik niet. Dat was de echo.'
Roept een man in een restaurant: 'Ober, wat doet die vlieg in m'n soep?' Zegt de ober: 'Rugzwemmen meneer.'
Er komt een man bij de psychiater en klaagt: 'Mijn vrouw denkt dat ze een piano is.' Zegt de psychiater: 'Dan moet u de volgende keer uw vrouw eens meenemen.' Zegt de man: 'Ik ben daar gek! Weet u wel wat het kost om zo'n ding te vervoeren?'
Een man zit 's ochtends vroeg in de trein. Zit er een dinosaurus tegenover hem. De man zit zo lang naar de dinosaurus te staren, dat de dinosaurus vraagt: 'Heb ik soms wat van je
an?' 'Nee,' zegt de man, 'maar dat zie je toch niet vaak: een dinosaurus in de trein?' Zegt de dinosaurus: 'Zal je niet meer zien ook, want morgen is mijn brommer weer klaar.'
Een man gaat in Tiel naar een gebedsdienst van Jomanda. Hij woont een groot deel van de dienst bij, en gaat weer naar buiten. Buiten aangekomen, hoort Jomanda de man roepen: 'Ik kan weer lopen, ik kan weer lopen.' Jomanda holt naar buiten en vraagt: 'Heeft mijn gebed zo snel geholpen?' 'Nee,' zegt de man, 'mijn fiets is gejat.
Dat ene jongetje tegen dat andere jongetje. Hij zegt: "Mijn moeder is zwanger, en dat heb ik gedaan." Zegt-ie: "Hoe heb je dat voor elkaar gekregen?" Hij zegt: "Nou, ik heb d'r pil geruild voor aspirientjes. - Ik zat met mijn vriend in bad toen ik greep naar de zeep ...
En ik voelde dat ik ergens anders in kneep!
Er was bijna een Belgische parachutist
dood. Z'n parachute ging niet open, maar hij kon zich nog net aan de stoeprand
vasthouden.  Een man koopt in een sexshop een pakje condooms en betaalt met 250 gulden.
"Kunt u het niet passen?" vraagt de verkoper. Zegt de man: "Dat
heeft geen zin, ze zijn voor mijn broer...."  Een Belg besluit te gaan solliciteren bij de NS voor een baan
als machinist. Onze vriend wordt aangenomen en mag de trein van Eindhoven naar
Amsterdam besturen. De trein is nog geen vijf kilometer ver en komt dan tot
stilstand. De hoofdconducteur, op de hoogte van de nationaliteit van de
machinist, krijgt er de smoor in. - "EAARRGH!!! Belgen, heb ik dat weer!!"
Hij roept de machinist op, maar die reageert niet. - "Hij zal toch niet
dood..." Ten einde raad loopt de hoofdconducteur over de spoorbaan naar de
locomotief. Daar ziet hij de Belg, frunnikend aan de wielen. - "Man, ben je
gek? Waar ben je nu weer mee bezig?" - "Allez mijnheer, hebt ge dan
niet gemerkt dat die trein zo schudde en trilde?" - "Maar dat is toch
normaal voor een trein?" - "Welnee, ge begrijpt het niet! Kijk naar
die wielen, ge rijdt op uw velgen, ALLE banden hebt ge kapot gereden!"  Twee mannen zitten in de bar, zegt de een tegen de andere: `praat jij wel
eens met je vrouw tijdens het vrijen?`waarop de ander man antwoord:`alleen als
ze opbeld!` Op een dag belt Koning Albert (koning van België) naar Koningin Beatrix omdat de Nederlanders altijd lachen om de Belgen en de Belgen willen ook wel eens lachen om de Nederlanders, dus belooft koningin Beatrix iets te bedenken. Twee weken later lezen de Belgen in de krant dat de Nederlanders een brug in de Sahara (woestijn)hebben laten bouwen, dus de Belgen lachen en lachen. Eeen week later belt koning Albert weer met Beatrix om te vragen waarom ze de brug nog niet weg hebben laten halen. Antwoord Beatrix: Dat wilden we ook maar er stonden 5 belgen op te vissen.  Er loopt een meisje door het park. Na een tijdje komt er opeens een man uit
de bosjs gesprongen. Het meisje kijkt geschrokken naar de man. De man zegt:
" Noem een popgroep of ik gooi je in het water..!!!" Het meisje zegt:
" Doe Maar. |